Toen ik vorig jaar The Jordan Trail deed, was ik helemaal verkocht. Zo’n week lang elke dag wandelen en ’s avonds voldaan neerploffen omdat je lijf eindelijk “aan” mag staan op de juiste manier. Terug in België voelde alles weer net iets te snel. Dus ja, ik had nog maar één logische conclusie: ik móést nog een trail doen.
In juli 2025 werd het The Balkan Trail van Travelbase. De route volgt een van de mooiste stukken van de Peaks of the Balkans, dwars door Albanië, Kosovo en Montenegro. Drie landen in één week, maar vooral één grote bergwereld waarin je van vallei naar vallei stapt en constant denkt: dit kan toch niet echt zijn?
Waarom ik zo hard uitkeek naar deze week tussen de peaks of the balkans
Er is voor mij niets leuker dan even in de bergen leven. Even weg van schermen, drukte en plannen. Gewoon wandelen, eten, slapen en herhalen. Slow living, maar dan met een uitzicht waar je spontaan stiller van gaat praten.
En het fijne is: het is back to basics, maar niet op de “afzien tot je tanden klapperen” manier. Je slaapt in de buurt van guesthouses, je kan douchen, er is een toilet, en ’s avonds schuif je aan tafel voor eten dat veel beter smaakt omdat je het echt verdiend hebt. Vaak eindigt zo’n avond met een warme maaltijd, een stukje börek, een biertje of glaasje rakija en verhalen die vanzelf komen als iedereen moe en blij is.
Balkan Trail dag per dag: mijn week op de Peaks of the Balkans met Travelbase
Dag 1: Solo vertrekken, samen aankomen in Tirana
Ik vloog vanuit Brussel en ging deze keer solo op pad, maar dat “solo” duurde eigenlijk maar tot aan de bagageband. In Tirana Airport leerde ik al meteen een paar mensen uit de groep kennen. Je herkent elkaar daar nogal snel: grote backpack, wandelschoenen, dat licht nerveuze maar superenthousiaste gezicht… je weet meteen waarvoor iedereen komt.
De groep was leuk gemixt: ongeveer evenveel Nederlanders als Belgen, en vanaf het begin hing er een hele fijne sfeer. Na aankomst pikte de Travelbase shuttle ons op en nog geen half uurtje later stonden we al aan het hotel in Tirana. Ik deelde de kamer met een andere jonge vrouw. Even douchen, omkleden, babbelen…
Met een paar van de groep trokken we daarna het centrum in om iets te eten en te drinken. Nog even genieten van luxe voor we de natuur ingingen. We eindigden in een rooftop bar in Tirana, zo eentje waar je uitzicht hebt over de stad en waar iedereen automatisch wat langer blijft plakken dan gepland.
Die nacht kroop ik nog één keer in een zacht bed met airco, en ik dacht alleen maar: geniet ervan, want vanaf morgen ruilen we dit in voor tenten, berglucht en sterrenhemels. En stiekem keek ik daar nog het meest naar uit.
Dag 2: Van city vibes naar berglucht, richting Theth
We werden wakker in het Marinaj Hotel en doken meteen het ontbijt in. Het was een uitgebreid buffet met zowel zoet als hartig, warm en koud. Kleine tip als je daar ooit zit: neem de pannenkoek met pistache. Alleen daarvoor zou ik bijna teruggaan.
Omdat we pas rond 11 uur gingen vertrekken, hadden we nog even tijd om iets te regelen voor lunch. Nog snel een paar snacks zoeken, water aanvullen en dan de shuttle op richting Theth. In de bus zie je het stadsleven van Tirana langzaam verdwijnen. Beton maakt plaats voor groen, drukte wordt stilte, en ineens duiken daar overal bergen op.
We maakten onderweg een tussentstop aan een uitzichtpunt, zo’n moment waarop iedereen automatisch stiller wordt en tegelijk foto’s begint te nemen. Een voorproefje van wat ons de komende dagen te wachten stond.
In Theth aangekomen was het meteen gezellig op het basecamp. Daar leerden we ook de rest van de gidsen kennen. Eén gids hadden we al eerder ontmoet op de luchthaven en in de bus, maar de anderen waren nieuw voor ons. Ze deelden het gehuurde materiaal uit en namen de tijd om alles uit te leggen over het kampeermateriaal.
Daarna genoten we van een drankje en al snel was het buffet klaar. Bij ons had iedereen de Balkan Meals genomen. Want laat ons eerlijk zijn: er gaat niets boven vers en lokaal eten tijdens een trail.
Na het eten bleef iedereen nog wat hangen, wat babbelen, elkaar beter leren kennen… maar ik voelde ook dat mijn lichaam al in “trailmodus” ging. Dus ik kroop vrij vroeg mijn tent in, want morgen ging mijn wekker om 6 uur en ik wilde uitgerust wakker worden, klaar voor wat die “Vervloekte Bergen” allemaal in petto hadden.
Dag 3: Van Theth naar Valbona: de klim met de grootste reputatie
Vroeg wakker worden, op het gemak uit de tent en richting ontbijt. Het was allemaal wat meer basic dan de eerste dagen, maar eerlijk, alles wat je nodig hebt lag er. Koffie, brood, wat zoet, wat hartig… en die petulla’s waar je er graag 10 van zou opeten.
Rond 8 uur begonnen we dan eindelijk aan de enige echte Balkan Trail. We wandelden langs de welgekende kerk van Theth en nog voor je het goed en wel beseft, zit je al in de klim. Vandaag stond de Valbona pas op het programma, en die klim heeft een reputatie. Het is lang, stevig, en vooral veel omhoog.
Ik merkte dat ik best vaak alleen wandelde vandaag. Niet omdat ik geen zin had in gezelschap, maar omdat ik bij een lange klim automatisch in mijn eigen bubbel kruip. Als het vooral stijgen is, focus ik graag op mijn ademhaling en mijn ritme. Af en toe even stoppen, om te drinken en om rond te kijken. Het was nu vooral weer wat in het trail leven komen.
Bovenaan de pas word je ineens verwelkomd door een Albanese vlag en een uitzicht waar je even stil van wordt. Achter ons lag de vallei van Theth, voor ons zag je Valbona al opduiken. Een paar mensen uit de groep deden nog een korte extra klim naar een rotspunt net naast het pad, maar ik liet deze aan mij voorbijgaan. Met mijn hoogtevrees en behoorlijk wat tegenliggers op dat smalle stukje voelde het niet echt als een relaxed idee. Ik bleef liever even staan op het hoofdpad om te genieten van het moment.
Toen we aankwamen in Valbona werden we opnieuw verwend met een buffet en dat smaakte nog beter omdat iedereen moe was op precies de juiste manier. We aten buiten aan gezellige bankjes, met de bergen rondom ons en die typische trail sfeer waarbij iedereen tegelijk stil kan zijn en toch helemaal content. Nog wat napraten, wat lachen, en vooral genieten van het feit dat dit dus gewoon je dag was. Wandelen, bergen, eten, slapen. Meer moet dat soms niet zijn.
Volgens mijn Strava wandelden we 12 km, met 1100 hoogtemeters en 680 meter dalen. En ja, je voelt het, maar je zou het meteen opnieuw doen.
Probeer de lokale lekkernij “Flia”
Tijdens de klim kwamen we langs een klein barretje waar je een fris drankje kon halen en iets typisch kon proeven: flija. Dat is zo’n iconisch Albanees en Kosovaars gerecht dat eruitziet als een stapel pannenkoeken, maar eigenlijk eerder hartig is. Het wordt laag per laag gebakken en telkens ingesmeerd met boter en room of kaymak, vaak traag en met veel geduld. Simpel van ingrediënten, maar zó rijk van smaak, en je voelt meteen dat dit iets is dat normaal gemaakt wordt om samen te delen.
Dag 4: Mist, bergpaden en een onverwachte detox
Dag 4 begon met een korte shuttle richting het startpunt van de hike. En die rit alleen al was meteen een moment. Bij ons ging het namelijk al snel richting disco, omdat sommigen daar zin in hadden en de chauffeur stiekem ook.
We stapten uit, begonnen te wandelen en na een goeie twee kilometer door de mist dacht ik: oké, dit is zo’n moment, ik ga even een filmpje maken. Alleen… ik vond mijn telefoon niet. Eerst nog rustig zoeken, want: “die zit gewoon ergens in een vakje”. Maar nee, mijn dagrugzak ging open, alles eruit, nog eens kijken, nog eens voelen. Niks. En toen besefte ik dat ik hem voor het laatst in het busje had gezien.
Gek genoeg maakte ik me er niet super druk om. Het was even vervelend, maar ik dacht vooral: oké, dit lossen we wel op. Dus ik ging naar de lokale gids die vooraan liep en vertelde het. Hij belde meteen de chauffeur, maar die vond hem niet. Even balen, maar we wandelden intussen verder.
En dat is het mooie aan een trail: je hebt letterlijk frisse lucht en ruimte in je hoofd. Terwijl je stapt, komt er vanzelf logica binnen. Plots dacht ik: wacht… met die disco in het busje, en iedereen die wat bewoog, misschien is mijn telefoon gewoon tussen de zetels gegleden. Dus vroeg ik aan de gids of hij nog eens kon bellen, maar dan echt specifiek: tussen de zetels kijken. En jawel. Daar lag hij, opgelost.
Alleen… “opgelost” is relatief in de bergen. Want even snel je telefoon naar het volgende kamp laten brengen is daar niet zo evident. Dus ik moest wachten tot we later terug in Theth waren om hem effectief terug te krijgen. Gelukkig had ik mijn geliefde camera bij, dus ik kon nog altijd foto’s maken.
De wandeling zelf was trouwens ook echt top. Magnifieke uitzichten, zo’n dag waarop je constant blijft rondkijken en denkt: hoe kan dit elke keer nóg mooier worden? En dan aankomen in Dobërdol… dat was voor mij pure magie. Het voelde alsof we in een totaal andere wereld binnenstapten. Een beetje Kyrgizië vibes, terwijl ik daar nog nooit geweest ben, maar zo stelde ik het me voor: wijd, stil, groen, open. Alsof de vallei alles zachter maakt. Je hoort koeienbellen, je ziet gras dat eindeloos lijkt door te lopen en je hebt dat gevoel van écht in the middle of nowhere te zijn.
Volgens mijn Strava: 15,1 km, 1010 meter stijgen en 360 meter dalen, maar vooral: één van die dagen die blijft hangen. Door de uitzichten, door Dobërdol… en ja, ook door dat hele “waar is mijn telefoon” avontuur.
Dag 5: Wakker worden in Dobërdol en richting het drielandenpunt
Dag 5 was misschien wel mijn favoriete dag van de hele week. Wakker worden in Dobërdol is sowieso iets dat je niet kan verzinnen. Je rits je tent open en het eerste wat je denkt is: dit is te mooi. Te uniek. Is dit echt Europa? Alles is wijd, stil en groen. Met koeien, paarden en schapen overal, en die frisse berglucht die je meteen wakker maakt. Het voelt alsof je in een soort schilderij bent beland.
We begonnen de dag opnieuw met een stevig ontbijt, want vandaag stond er weer een echte traildag op het programma. Er was een mogelijkheid om in het begin een kleine shortcut te nemen voor wie de eerste dagen wat pittig vond, maar ik koos bewust voor de volledige tocht.
Het begin was meteen serieus, het was puur klimmen. Zo’n stuk waar je gewoon in een ritme moet komen en niet te veel vooruit mag kijken. Het is zwaar, maar op de een of andere manier werkt dat ook verslavend. Je voelt je lichaam werken, en je hoofd wordt vanzelf leeg.
En dan… het drielandenpunt. W O W. Ik had niet verwacht dat dat zoveel indruk ging maken. Montenegro, Albanië en Kosovo die daar samenkomen, midden in zo’n ongerepte bergwereld. Geen poortjes, geen drukte, geen “hier is een attractie”. Gewoon natuur. En jij staat daar en denkt: waar vind je dit nog? Dat moment was indrukwekkend.
De rest van de dag was eigenlijk één lange opeenvolging van verbazing. Uitzichten die blijven veranderen, paden die van rotsig naar groen gaan, stukken bos, bergkammen… en telkens weer dat gevoel van: hoe kan het nu weer nóg mooier zijn? Ik vond het ook fijn dat je op zo’n trail helemaal je eigen tempo kan kiezen. Ik babbelde graag met mijn nieuwe vrienden, maar ik nam ook bewust momenten om alleen te wandelen. Even in mijn eigen hoofd, zonder woorden. En het leuke is: dat is helemaal oké. Niemand vindt dat raar, iedereen snapt dat.
Rond de middag kwamen we aan bij een prachtig meer waar je ook kon zwemmen. Sommige mensen sprongen er meteen in, maar ik had op dat moment even weinig energie dus verkoos ik even genieten van een snackje. En ‘s avonds slaap je aan een meer in Plav, waar je ook kan zwemmen (bij zonsondergang 😍)
Op het einde van de dag hadden we nog een korte shuttle naar het volgende guesthouse. Na, volgens mijn Strava, 16,8 kilometer, 650 meter stijgen en 910 meter dalen was dat eerlijk gezegd ook heel welkom. Aankomen, even landen en direct het meer in, want de zon ging bijna onder.
Dag 6: Stairway to Heaven tijdens de tocht van Plav naar Vusanje
Voor mij was dit een spannende dag, ik heb hoogtevrees en de gidsen zeiden dat als je hoogtevrees hebt, je die dag best wat meer bij hen in de buurt blijft.
We begonnen rustig met een ontbijtje met uitzicht op het meer van Plav. Zo’n ochtend waar je bijna vergeet dat je straks weer serieus de benen moet gebruiken. Daarna namen we een korte transfer naar het startpunt en nog geen vijf minuten later waren we al aan het klimmen. Eerst nog een lange, geleidelijke stijging door het bos. Niet meteen dramatisch, maar wel eentje die je echt voelt in je benen.
En dan kom je ineens uit op een bloemenweide die zo mooi is dat het lijkt alsof iemand het met opzet heeft gedecoreerd. Paarse wilgenroosjes overal, bergen op de achtergrond… een perfect schilderij. Dat soort momenten waarop je even stopt, niet omdat je moet hijgen, maar omdat je ogen tijd nodig hebben.
Maar goed. Daarna kwam het stuk waar ik al een beetje voor vreesde: de “Stairway to Heaven”. Een steile klim van ongeveer 150 hoogtemeters, echt zo’n natuurlijke trap omhoog met losse steentjes waar je goed moet opletten. Voor iemand zonder hoogtevrees is dat waarschijnlijk gewoon “pittig”. Voor mij was het ook mentaal werk. Ik ging heel bewust in mijn eigen cocon: niet te veel naar links of rechts kijken, focus op de gids voor mij, het pad en mijn ademhaling.
Al kon ik het toch niet laten om af en toe achterom te kijken. Het meer van Plav wordt kleiner en kleiner achter je, en ineens zie je die hele bergwereld openklappen. Boven aangekomen was ik vooral trots: oké, ik leef nog.
Daarna volgde een van de mooiste stukken van The Balkan Trail: over de bergkam en langs toppen waar je je even in Canada waant. Smalle paadjes tussen naaldbomen, uitzicht op pieken in de verte, en telkens weer dat gevoel dat je in een natuurdocumentaire rondwandelt. We lunchten met panoramisch zicht over de Montenegrijnse bergreuzen.
De rest van de dag was vooral dalen. Smalle bergpaden, kleine meertjes en veel vlindertjes. Onderweg kwamen we nog langs een barretje dat perfect getimed was. Even schuilen voor de zon, een fris drankje en de lokale beren schrikker aaien.
Volgens mijn Strava 15,3 km, 755 meter stijgen en 1110 meter dalen. En ondanks mijn hoogtevrees: een dag waar ik achteraf vooral van dacht… ik zou hem zo opnieuw doen.
Dag 7: IJskoud begin, warm einde in Theth
Dag 7 begon meteen met iets dat ik nooit ga vergeten: een koude duik in één van de Blue Eyes.
Het water zag er belachelijk mooi uit. Maar mooi of niet… het was ijzig koud. De gidsen pakten het gelukkig goed aan: eerst deden we samen een ademhalingsoefening om je lichaam wat voor te bereiden, en daarna kreeg iedereen een buddy om op elkaar te letten in het water. Veilig en tegelijk ook gewoon een leuk groepsmoment. Velen gingen erin, iedereen hield het ongeveer één minuut vol. Je voelt je daarna zó levend. Het is zo’n ervaring die je niet wil missen. Even alles uit, hoofd leeg, lichaam aan.
We vertrokken voor de laatste hike richting Theth, en die etappe was opnieuw absurd mooi. Je wandelt door van die valleien waar je ogen letterlijk niet weten waar eerst kijken. Links rotswanden, rechts groene flanken, voor je een pad dat zich door het landschap snijdt alsof het daar altijd al hoorde te liggen. Het bleef maar komen.
En dan die lunch… die vergeet ik nooit. We aten onder een boom in de schaduw, samen met honderden vlinders. Er zat eentje op mijn knie, eentje op mijn schouder, en zelfs eentje op mijn neus. Precies een Disney film.
Die laatste dag was pittiger dan ik dacht. Op papier “laatste dag”, maar in het echt kwamen er nog veel hoogtemeters bij en vooral véél dalen. Wandelstokken zijn hier echt goud waard.
We volgden de Ropojana vallei richting de grens en het voelde alsof de tijd daar is blijven stilstaan: een stil, wijds gebied dat ooit klaar stond voor conflict dat er uiteindelijk nooit is gekomen. Vandaag wandel je er gewoon doorheen, uniek om mee te maken, en je gidsen regelen gelukkig alle vergunningen.
En dan komt dat moment waar alles samenvalt. Je ziet het einde naderen, je beseft dat je het echt gedaan hebt, en plots maakt vermoeidheid plaats voor puur trots. Nog even een drankje aan het eindpunt, wat high fives, wat “we hebben dit gewoon gedaan”, en daarna pikte de shuttle ons op terug naar basecamp.
En daar lag hij dan: mijn telefoon. Ik was vooral opgelucht om praktische redenen, maar eerlijk? Het liefst van al zou ik teruggaan naar een week zonder. Ik was stiekem al helemaal gewend geraakt aan die telefoonloze versie van mezelf.
Terug op basecamp was het vooral gezellig: bijbabbelen, nog een drankje, en dan voor de allerlaatste keer die tent in. Moe, voldaan, en met dat typische gevoel dat je alleen na een trail hebt: alsof je hoofd helemaal gereset is.
Volgens mijn Strava 17,4 km, 906 meter stijgen en 890 meter dalen. In totaal was de Balkan Trail zo’n 75km stappen met 4200 hoogtemeters, maar volgens mij was het een oneindig mooi avontuur.
Waarom ik blij was dat ik The Balkan Trail met Travelbase deed
Je hoeft zelf niet te stressen over de praktische kant. Grensovergangen, permits, overnachtingen, route, lokale afspraken… dat is allemaal geregeld. Je moet “alleen maar” wandelen, op tijd vertrekken, genoeg water drinken en onderweg blijven kijken alsof je ogen voor het eerst bestaan.
Ik ging vooral op zoek naar datzelfde gevoel dat ik op The Jordan Trail had: een week waarin alles simpel wordt, maar je dagen tegelijk gevuld zijn met avontuur. En dat is exact wat ik kreeg.
Ik vertel je graag hoe mijn dagen eruitzagen op The Balkan Trail, over hoe ik mijn telefoon kwijtspeelde, hoe ik het ervaarde als middelmatige sporter en hoe het voelt om te lunchen terwijl honderden blauwe vlindertjes rond je vliegen.
Mijn top tips
- Probeer zeker de lokale lekkernijen zoals petulla’s, flia’s, bessencake, börek…
- Zeg voor je vertrekt aan iedereen dat je een week niet bereikbaar zal zijn, je bent in goede handen. Laat de telefoon ook effectief los!
- Volg op voorhand zeker het trainingsschema dat Travelbase doorstuurt. Het maakt de trail enkel maar leuker.